knowhow

mannelijk (de)/'noɦɑʊ̯/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de kennis en vaardigheid om tot iets in staat te zijn
    Wij hebben de knowhow om uw juridische problemen op te lossen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vakkennis, deskundigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968