knus
knʏs
Wat is de betekenis van knus?
knus betekent: aangenaam van gezelschap en enigszins intiem
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- aangenaam van gezelschap en enigszins intiem
Voorbeelden van "knus" in een zin
- We hebben een avond in het knuste restaurantje van de stad doorgebracht.
- Ik zou de manor alleen maar mogen verlaten op heiligendagen en andere feestdagen, en zou nooit meer knus wakker worden tegen de warme rug van mijn zus.
Etymologie
In de betekenis van ‘behaaglijk-vertrouwd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1859
Vertalingen
Duitslauschig, gemütlich, muckelig
Engelscozy
nointim
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek