koedoe
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) een geslacht van schroefhoornrunderen uit AfrikaDe botsing met een koedoe kan een auto flink toetakelen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1762
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek