koeienoog

onzijdig (het)/'kujəˌox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elk van de twee gezichtsorganen van een rund
    Aan de wand van zijn kantoor hangen drie foto’s: koeienoog, koeienoor en koe achter prikkeldraad. „Ik fotografeer graag. Deze beelden bevatten een boodschap voor marketeers: kijken, luisteren en buiten de grenzen durven opereren.” Reformatorisch Dagblad Henk de Boer 08-05-2007 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/i-geld-van-ondernemer-is-emotie-i-1.1151614 „Geld van ondernemer is emotie”]
    Zangeres Laurrhie Brouns kwam oog in oog te staan met een berg koeienogen en een bak vol regenwormen. Het Parool 14 JUNI 2013 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/kijkcijfers-killer-karaoke-hoger-door-buikdansende-terror-jaap~a3458802/ Kijkcijfers Killer Karaoke hoger door buikdansende Terror Jaap]