koemest
mannelijk (de)/ˈkumɛst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitwerpselen van koeien die gebruikt worden om het land vruchtbaarder te maken'Ik zou je een dikke knuffel geven; zegt hij als hij in een smerige overall over het erf naar de weg komt gelopen, 'maar een van de koeien heeft me net in een vette koeienplak geduwd. Wat is daar zo grappig aan; - hij speelt verontwaardiging - 'meneertje Rafiq Bayati? Mirakels, ik zal jou dalijk eens..: Rafiq schudt van het stille gegiechel en verstopt zich achter mij als Declan als een met koemest bevuilde Frankenstein op hem afkomt. {{Aut|Mitchell, David'In Zimbabwe vallen mensen dood op straat, geveld door de cholera. Onze medewerkers hebben mensen gezien die koemest mengen in het voedsel dat hen nog rest om het hongergevoel te verdrijven'. Dat zegt Lesley-Anne Knight, secretaris-generaal van de katholieke hulporganisatie Caritas. de Standaard 20/december/2008 door mcu
Vertalingen
Engelscow dung, cowshed manure
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek