koer
mannelijk/vrouwelijk (de)/kur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verhard terrein voor, achter of in een huis
- (figuurlijk) plaats waar de toiletten zijn
zelfstandig naamwoord
- wachter die vanuit een toren vijandelijke bewegingen moet signaleren
Etymologie
*[C] "koeren" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek