koer

mannelijk/vrouwelijk (de)/kur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verhard terrein voor, achter of in een huis
  2. figuurlijk (figuurlijk) plaats waar de toiletten zijn
zelfstandig naamwoord
  1. wachter die vanuit een toren vijandelijke bewegingen moet signaleren

Etymologie

*[C] "koeren" zonder de uitgang -en