koet
mannelijk (de)/kut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kraanvogelachtigen) benaming voor watervogels uit het geslacht
- (kraanvogelachtigen) bepaald soort watervogel,
- (figuurlijk) (pejoratief) iemand die te weinig durf heeft
Etymologie
*[3] in de streektaal van Antwerpen
Vertalingen
Spaansfocha, foja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek