koet

mannelijk (de)/kut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kraanvogelachtigen (kraanvogelachtigen) benaming voor watervogels uit het geslacht
  2. kraanvogelachtigen (kraanvogelachtigen) bepaald soort watervogel,
  3. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk) (pejoratief) iemand die te weinig durf heeft

Etymologie

*[3] in de streektaal van Antwerpen

Vertalingen

Spaansfocha, foja