kof

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart, historisch (scheepvaart) (historisch) type zeilschip voor binnen- en kustvaart met platte bodem en ronde voor- en achtersteven
  2. negentiende letter van het alfabet
  3. getal honderd
  4. elfde letter van het alfabet
  5. getal twintig
  6. (Suriname) omslag onderaan broekspijp

Etymologie

* [6] via kofoe van cuff "manchet"