Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

koffieklets

mannelijk/vrouwelijk (de)/'kɔfiˌklɛts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een praatje tijdens de koffiepauze
    Zondag 17 aug koffieklets bij de herder. Ongedwongen bezoek aan de herder met zijn honden en kudde. Schaapskudde op de Borkeld, Borkeldweg 1, Markelo. De Telegraaf 14 aug. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/923601/twaalf-keer-uit-twaalf-keer-anders Twaalf keer uit, twaalf keer anders]
    De competenties zijn doorheen de jaren wel veranderd. 'Het cliché van de stoffige 'reiziger' die met een iets te groot kostuum een koffieklets ging houden bij een aantal klanten en daarna de kroeg indook, heeft al lang zijn tijd gehad. De Standaard 01/06/2018 door (km) [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180601_03540266 ‘Leren verkopen? Van een kiezelsteen kan je geen diamant maken’]
    Of er ook nadelen zijn? "De werkdruk en de vereiste kennis zijn niet te onderschatten. Het is niet meer zoals vroeger toen er een lang koffieklets kon gehouden worden met collega's of patiënten. De efficiëntie is sterk toegenomen, onder meer door de technische evoluties. De Standaard 19/05/2018 door (km) [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180518_03519162 Werken in een ziekenhuis: ‘De tijd van de uitgebreide koffieklets is voorbij’]