koine

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɔjnɛ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) algemene omgangstaal tussen mensen die verschillende moedertalen of dialecten spreken
    Of worden alle teksten - van gebruiksaanwijzingen tot romans - tegen die tijd rechtstreeks geschreven in een lingua franca of een koine die net zo goed een soort steenkolenengels als een soort met het Latijnse alfabet gespeld steenkolenchinees kan zijn?

Etymologie

*van "κοινή" (koinè), vrouwelijke vorm van "κοινός" (koinós) "algemeen"; kort voor κοινή διάλεκτος (koinè diálektos) "algemeen dialect"