Kokmeeuw
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) bepaald soort zeevogel met een gekleurde kop en een lachende roep,
Etymologie
*, in de betekenis van ‘meeuwachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Vertalingen
Engelsblack-headed gull, laughing gull
Fransmouette rieuse
DuitsLachmöwe
Spaansgaviota reídora
Poolsmewa śmieszka
Zweedsskrattmås
Deenshættemåge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek