kokoskoek
mannelijk (de)/ˈkokɔsˌkuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een koek op basis van kokosHij heeft kokoskoekjes gebakken voor zijn verjaardag.
- een taart op basis van kokosHij heeft een kokoskoek gebakken voor zijn verjaardag.
Vertalingen
Engelscoconut kookie, coconut pie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek