kokosvezel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkokɔsˌvezəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vezel gewonnen uit de schil van een kokosnoot
    Van kokosvezel wordt vaak kokosgaren gemaakt.

Vertalingen

Engelscoir
Fransfibre de coco, coir
DuitsKokosfaser, Coir