kokosvezel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkokɔsˌvezəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vezel gewonnen uit de schil van een kokosnootVan kokosvezel wordt vaak kokosgaren gemaakt.
Vertalingen
Engelscoir
Fransfibre de coco, coir
DuitsKokosfaser, Coir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek