kolenboer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, handel, beroep (geschiedenis) (handel) (beroep) leverancier van steenkool
    Morgen komt de kolenboer, sprak moeder, kan ik na afloop weer de hele trap dweilen!
    Jan wou kolenboer worden maar kreeg te horen dat dit beroep geen toekomst meer heeft

Vertalingen

Engelscoalman
Franscharbonnier
DuitsKohlenhändler
Spaanscarbonero, comerciante de carbón