kolenboer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) (handel) (beroep) leverancier van steenkoolMorgen komt de kolenboer, sprak moeder, kan ik na afloop weer de hele trap dweilen!Jan wou kolenboer worden maar kreeg te horen dat dit beroep geen toekomst meer heeft
Vertalingen
Engelscoalman
Franscharbonnier
DuitsKohlenhändler
Spaanscarbonero, comerciante de carbón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek