kolenkit
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ijzeren bak waarin men kolen kan bewaren en in de kachel gooienTot de jaren zestig hielden de meeste mensen het bij een kolenkachel. Die moest regelmatig worden bijgevuld en dat gebeurde met de kolenkit, een zwartgeëmailleerde vulemmer met een typerende vorm: een slanke kegel waarvan de top schuin is afgesneden. De Kolenkitkerk in Amsterdam-West, waar tegenwoordig een hele wijk naar genoemd is, heet niet voor niets zo, al is de toren daarvan nog wat slanker dan een echte kolenkit.NRC 22 september 2011Zelf héb ik al het nodige gedaan, zoals dubbele ramen, isolatie en een 2HR-ketel. Ik ben er daarom van overtuigd dat mijn woning echt energiezuiniger is dan tachtig jaar geleden, toen de eerste eigenaar nog met een kolenkit naast zich de kachel heet stookte en dikke gordijnen de koude moesten buiten sluiten.Volkskrant 17 januari 2015
Vertalingen
Engelscoal bucket
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek