komiek
Wat is de betekenis van komiek?
komiek betekent: (beroep) iemand die een publiek vermaakt door ze aan het lachen te brengen
Betekenis
- (beroep) iemand die een publiek vermaakt door ze aan het lachen te brengen
Voorbeelden van "komiek" in een zin
- het is misschien wel een goed idee om een komiek in de Italiaanse regering op te nemen, aan een clown waren ze al jaren gewend
Betekenis en uitleg van komiek
Een komiek is iemand die zich professioneel bezighoudt met het maken van grappen en het entertainen van mensen door middel van humor. Ze gebruiken vaak hun observaties over het dagelijks leven om het publiek aan het lachen te maken.
Het woord 'komiek' wordt vaak gebruikt in de context van theater, stand-up comedy of televisieprogramma's waar humor centraal staat. Komieken kunnen verschillende stijlen hebben, van slapstick tot satire, en ze spelen vaak in op actuele gebeurtenissen of sociale thema's. In informele gesprekken kan 'komiek' ook gebruikt worden om iemand te beschrijven die altijd grappige opmerkingen maakt, zelfs buiten een professionele setting.
Voorbeelden
- De komiek liet het publiek in een deuk liggen met zijn hilarische verhalen over het ouderschap.
- Tijdens het festival gaf een bekende komiek een spetterende show die de bezoekers nog lang bij zal blijven.
- Hoewel hij geen professionele komiek is, weet hij altijd de sfeer te verlichten met zijn scherpe humor.
Woordoorsprong
Het woord 'komiek' komt van het Franse 'comique', dat is afgeleid van het Grieks 'komikos', wat 'grappig' of 'humoristisch' betekent.
Veelgestelde vragen over komiek
Wat is de betekenis van komiek?
komiek betekent: (beroep) iemand die een publiek vermaakt door ze aan het lachen te brengen
Welk woordgeslacht heeft komiek?
komiek is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van komiek?
Synoniemen van komiek zijn: grappenmaker, grapjurk, grapjas, komisch, grappig.
Hoe gebruik je komiek in een zin?
Voorbeeld: “het is misschien wel een goed idee om een komiek in de Italiaanse regering op te nemen, aan een clown waren ze al jaren gewend”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘grappig’ voor het eerst aangetroffen in 1653