komkommertijd
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔmˈkɔmərtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode in het jaar waarin er (ogenschijnlijk) weinig belangrijk nieuws te melden is, in het bijzonder de maanden juli en augustusHet is weer komkommertijd.
Etymologie
*; mogelijk gaat het om een leenvertaling van het e "Sauregurkenzeit" of van het vroeger in het voorkomende "cucumber-time"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek