komma

/ˈkɔma/

Wat is de betekenis van komma?

komma betekent: (taalkunde) een leesteken dat een pauze aangeeft, weergegeven met symbool ,

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een leesteken dat een pauze aangeeft, weergegeven met symbool ,
  2. muziek (muziek) een klein stelselmatig verschil in toonhoogte veroorzaakt door een andere benadering van het spellingsprobleem
  3. wiskunde (wiskunde) symbool om bij breuken de eenheden van het gebroken deel te scheiden

Voorbeelden van "komma" in een zin

  • Met een komma kun je hier één zin van maken, in de plaats van twee.
  • Het Pythagoreïsch komma.
  • in de Angelsaksische notatie gebruikt men i.p.v. de komma een punt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leesteken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1612

Vertalingen

Fransvirgule
DuitsKomma, Beistrich
Spaanscoma
Italiaansvirgola
Portugeesvírgula
Russischзапятая
Chinees逗號, 逗号
Turksvirgül
Poolsprzecinek