koningstroon

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zetel van een koning waarop deze zit bij het verrichten van officiële handelingen (zoals het voorlezen van de troonrede)
    Die staat op een verhoging van vier treden, zo dat een onervaren mens als Ivanenko hem makkelijk voor een koningstroon zou kunnen houden.
    De drie vriendinnen poseren op en om een grote gouden koningstroon.

Vertalingen

Engelsroyal throne