koolvis
mannelijk (de)/ˈkolvɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) (voeding) bepaald soort vis met donker gekleurde mondholte en rug die voorkomt in het hoge noorden van de Atlantische Oceaan, uit de familie van kabeljauwen in de orde kabeljauwachtigenDe kroketten zijn gevuld met wijting en koolvis, goedkope vissoorten, maar dat maakt het niet minder lekker.{{ouds|1805
Etymologie
* , vanwege de donkere kleur, in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1779 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelspollock
Franslieu noir
DuitsKöhler
Spaanscarbonero, fogonero
Italiaansmerluzzo nero, merluzzo carbonaro
Russischсайда
Koreaans북대서양대구
Poolsczarniak
Zweedsgråsej
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek