koppel
Wat is de betekenis van koppel?
koppel betekent: tweetal
Betekenis
- tweetal
- aantal bij elkaar behorende dieren of zaken
- (natuurkunde) stelsel van twee in absolute zin gelijke en evenwijdige krachten, waarvan de werklijnen niet samenvallen en die in tegengestelde richting werken
- twee mensen die met elkaar een relatie hebben of met elkaar getrouwd zijn
- een grootheid die iets zegt over de trekkracht van een voertuig
- draagriem, vooral om een sabel, bajonet enz. aan te dragen
Betekenis en uitleg van koppel
Een koppel verwijst naar twee dingen of personen die samen een geheel vormen. Het woord wordt vaak gebruikt om een romantische relatie aan te duiden, maar kan ook betrekking hebben op andere samenstellingen, zoals een duo in een team of een paar in de natuur.
Je gebruikt het woord 'koppel' vaak in sociale situaties om relaties of verbindingen te beschrijven. Bijvoorbeeld, als je het hebt over een stel dat samenleeft, noem je hen een koppel. Het woord kan ook in bredere zin worden gebruikt, zoals in 'een koppel vrienden' of 'een koppel schoenen', waarbij het de nadruk legt op de onderlinge band of samenhang.
Voorbeelden
- Het koppel liep hand in hand over het strand tijdens de zonsondergang.
- In de natuur zie je vaak een koppel vogels dat samen nestelt en voor hun jongen zorgt.
- Tijdens de dansles vormden ze een koppel om de nieuwe choreografie te oefenen.
Woordoorsprong
Het woord 'koppel' komt van het Middelnederlandse 'coppel', dat verband houdt met het werkwoord 'koppelen', wat 'samenvoegen' of 'verbinden' betekent.
Veelgestelde vragen over koppel
Wat is de betekenis van koppel?
koppel betekent: tweetal
Hoeveel betekenissen heeft koppel?
koppel heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft koppel?
koppel is een onzijdig (het).
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gordel, band’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1252