koppeling

vrouwelijk (de)/ˈkɔpəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengt
    Die koppeling mag wel eens nagekeken worden.
  2. techniek (techniek) een vaste maar beweeglijke verbinding tussen twee voorwerpen, bijvoorbeeld treinwagons
  3. techniek (techniek) een verbindingsstuk
  4. informatica (informatica) een verbinding tussen hardware en/of apparatuureenheden
  5. de daad van het koppelen (ook figuurlijk)

Etymologie

* van koppelen

Vertalingen

Engelsclutch, coupling, coupling
Fransembrayage
DuitsKupplung, Kupplung, Kupplung
Spaansembrague, acoplamiento
Italiaansfrizione
Portugeesembraiagem
Japansクラッチ, kuracchi
Poolssprzęgło
Zweedskoppling