koppeling
vrouwelijk (de)/ˈkɔpəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengtDie koppeling mag wel eens nagekeken worden.
- (techniek) een vaste maar beweeglijke verbinding tussen twee voorwerpen, bijvoorbeeld treinwagons
- (techniek) een verbindingsstuk
- (informatica) een verbinding tussen hardware en/of apparatuureenheden
- de daad van het koppelen (ook figuurlijk)
Etymologie
* van koppelen
Vertalingen
Engelsclutch, coupling, coupling
Fransembrayage
DuitsKupplung, Kupplung, Kupplung
Spaansembrague, acoplamiento
Italiaansfrizione
Portugeesembraiagem
Japansクラッチ, kuracchi
Poolssprzęgło
Zweedskoppling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek