koren
onzijdig (het)/ˈkorə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) als gewas geteeld graan
Etymologie
*[B] "koor" met de uitgang -en
Uitdrukkingen
- Dat is koren op zijn molen.
Vertalingen
Engelscorn crop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*[B] "koor" met de uitgang -en