kornuit

mannelijk (de)/kɔrˈnœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. makker
    In dit boek grossiert Eco in geheime genootschappen en uit de hand gelopen complottheorieën. Aan het brein van de onbetrouwbare verteller Casaubon en zijn kornuiten ontspruit de theorie dat de tempeliersorde aanstuurt op de wereldheerschappij. Het boek waarvan alle Da Vinci Codes flauwe afkooksels zijn. de Standaard 20/02/2016 door Michaël Bellon
    De zilveren medaille van de Japanse ploeg vannacht op de 4x100 meter estafette was een enorme stunt. Het goud was voor Usain Bolt en zijn Jamaicaanse kornuiten, maar de Aziaten hielden uiterst verrassend de Verenigde Staten achter zich. De Japanse commenator verliest het zodra zijn landgenoten in kansrijke positie het laatste rechte eind op stormen.Tubantia 11-01-2017

Etymologie

*uit het Latijn

Vertalingen

Engelsfriend