korrel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een enkele zaad van graanVoor volkorenbrood gebruikt men meel waarin de gehele korrel is verwerkt..
- basisdeeltje waaruit een granulair, korrelig materiaal bestaatBij klei zijn de afzonderlijke korrels uiterst klein.
- een richtmiddel (vizier) op een handvuurwapenEen pistool of revolver heeft als richtmiddel meestal een keep en een korrel.
Etymologie
*afgeleid van het Middelnederlandse corn(e) of koorn en assimilatie van de -n-
Uitdrukkingen
- met een korreltje zout nemen — niet geheel serieus nemen
- iemand op de korrel nemen — iemand bekritiseren, bespotten
Vertalingen
Engelsgrain, granule
Spaansgrano, gránulo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek