kortademigheid

vrouwelijk (de)/kɔrtˈadəməxhɛːɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) het snel buiten adem zijn en/of het gevoel van benauwdheid
    Vanwege haar claustrofobie krijgt ze kortademigheid in kleine ruimtes.

Etymologie

*Afgeleid van kortademig .

Vertalingen

DuitsKurzatmigkeit