koud

/kʌʊt/

Wat is de betekenis van koud?

koud betekent: met een lage temperatuur, fris, kil, koel

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties met een lage temperatuur, fris, kil, koel
bijwoord
  1. spreektaal_in_het_nederlands amper, nauwelijks (voornamelijk in combinatie met een tijdsaanduiding)

Voorbeelden van "koud" in een zin

  • 0, ja, hij kon goed klimmen, op de rotsen tenminste, hij was gewend aan de kou, want in de bergen was het 's nachts altijd koud.
  • Bezorgd en koud wikkelde ik mijn regenjas om mijn voeten in de hoop droog te blijven.
  • Het is koud twee uur geleden.

Betekenis en uitleg van koud

Het woord 'koud' beschrijft een lage temperatuur, vaak geassocieerd met een onaangenaam of oncomfortabel gevoel. Het kan zowel fysiek als emotioneel worden gebruikt, bijvoorbeeld om een gebrek aan warmte of genegenheid aan te geven.

'Koud' wordt vaak gebruikt om weersomstandigheden te beschrijven, zoals in de winter wanneer de lucht en voorwerpen een lage temperatuur hebben. Daarnaast kan het ook een emotionele lading hebben, zoals wanneer iemand afstandelijk of ongevoelig overkomt. Het gebruik van het woord kan variëren van beschrijvingen van persoonlijke ervaringen tot het uitdrukken van een algemeen gevoel van ongemak.

Voorbeelden

  • Na een lange wandeltocht in de sneeuw voelden mijn vingers zo koud aan dat ik ze niet meer kon bewegen.
  • Zijn koude blik maakte het duidelijk dat hij niet geïnteresseerd was in het gesprek.
  • De kamer was zo koud dat we besloten de verwarming aan te zetten voordat we verder gingen met onze vergadering.

Woordoorsprong

Het woord 'koud' komt van het Oudnederlands 'coude', wat ook 'koud' betekent. Het is verwant aan het Duitse 'kalt' en het Engelse 'cold'.

Veelgestelde vragen over koud

Wat is de betekenis van koud?

koud betekent: met een lage temperatuur, fris, kil, koel

Hoeveel betekenissen heeft koud?

koud heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je koud in een zin?

Voorbeeld: “0, ja, hij kon goed klimmen, op de rotsen tenminste, hij was gewend aan de kou, want in de bergen was het 's nachts altijd koud.

Etymologie

erfwoord via Middelnederlands cout van Oudnederlands kalt, in de betekenis van ‘guur, kil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1130

Vertalingen

afkoud
sqftohtë
Arabischبارد
astfriú
euhotza
cafred
Deenskold
dimķîžîn
Duitskalt
Engelscold
eomalvarma
etkülm
fikylmä
Fransfroide, froid
furfrêt
glfrío
elκρύος
gafuar
iddingin
Italiaansfreddo
ktumadidi, koizi
lafrigidus
mindingin
napfriddo
nokald
nnkald
ocfreg, fred
papfriu
faسرد
Poolszimno
Portugeesfrio
rofrig
scnfriddu
Spaansfrío
trvmasekuich
csstudený
Zweedskall