kozijn

onzijdig (het)/koˈzɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) rand van een raam of deur waar de ruit of de deur in gevat is
zelfstandig naamwoord
  1. familie, verouderd (familie) (verouderd) zoon van oom of tante
    Ik ging bij mijn kozijn op bezoek.

Etymologie

* [B] Van "cousin". In de betekenis van ‘zoon van oom of tante’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelswindow frame, cousin
Franscousin
DuitsFensterrahmen, Zarge, Cousin
Spaansprimo
Italiaanscugino
Poolskuzyn