krak
mannelijk (de)/krɑk/
Wat is de betekenis van krak?
krak betekent: weergave van het korte scherpe geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken
Betekenis
tussenwerpsel
- weergave van het korte scherpe geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken
zelfstandig naamwoord
- kort scherp geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken
- (Surinaams-Nederlands) gaffelvormige stut
Voorbeelden van "krak" in een zin
- 'Pap, ik geloof dat ik weet wat een wonder is. Moet je horen: Twee oudjes hadden eens een kipje, en dat kipje heette Stipje. 't Legt een eitje voor de ouden, geen gewoon, maar een gouden. Man sloeg met een bezemsteel, maar het eitje bleef toch heel. Vrouw sloeg met een bezemsteel, maar het eitje bleef toch heel. Toen kwam er een muisje aan, dat ging met zijn staartje slaan, en warempel, dat ging lukken, 't eitje viel in duizend stukken. Eerst huilt hij, dan huilt zij, daarna huilen allebei..: Vader: 'Logisch gezien is het volstrekt absurd. Ze slaan op het eitje, maar het breekt niet, en dan ineens krak! Toch luisteren kinderen al jaren, wat zeg ik, eeuwen, naar dat sprookje als naar een gedicht:{{Aut | Aleksievic, Svetlana Aleksandrovna
Etymologie
*[B] van "kraka" "ondersteunen"
Vertalingen
Engelscrack
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek