kranke
mannelijk (de)/ˈkrɑŋkə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) iemand die aan een ernstige kwaal lijdtKon Kruidman door de kracht der artsenijgewassende dood niet keren en haar razende grimassen?Kon hij de kranke dan, in die benauwde staat,bevrijden met zijn vlijt noch redden door zijn raad?
Etymologie
*: "krank" met de uitgang -e
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek