kras
mannelijk/vrouwelijk (de)/krɑs/
Wat is de betekenis van kras?
kras betekent: weergave van een schrapend geluid als van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
Betekenis
tussenwerpsel
- weergave van een schrapend geluid als van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
- weergave van het geluid dat kraaien en raven maken
zelfstandig naamwoord
- schrapend geluid, als van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak of als dat van een kraai of raaf
- snelle, krachtige beweging van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
- langgerekte oppervlaktebeschadiging veroorzaakt door het bewegen van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak
werkwoord
- nog sterk voor zijn jaren
- opzienbarend, meest in een onaangename zin van dat woord
- (Suriname) fel of agressief
- (Suriname) (seksualiteit) geil en potent
zelfstandig naamwoord
- op gesmolten zetlood drijvend vuil
Voorbeelden van "kras" in een zin
- Kras. Kras. Kras. Gaan de ijzers op het ijs.
- In zijn eigen taaltje begon Reintje een gesprek met de raaf. (…) ‘Kras, kras,’ klonk 't nu harder dan ooit, ‘kras, kras!’ Bedroefd zat 't arme dier voor zich uit te kijken.
- De kraai hoog in de berkenboom liet een luide kras horen.
- Op de tafel liggen een pen en een gedoofd kaarsje, en de brief waarop Sneeuwwitje blijkbaar haar moeder heeft getekend, schematisch, een harig kopje en een lijfje met twee tietjes, en er een kras heeft doorgezet.
- Leg iets onder je schrijfwerk, anders krijg je krassen op tafel!
Etymologie
**: van "crasse"
Vertalingen
Engelsscratch, feisty, crass
DuitsKratzer, Schramme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek