kreupelen

/krøpəɫə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) kreupel slaan, een persoon of dier dusdanig letsel toebrengen dat het zich voortbewegen blijvend bemoeilijkt of onmogelijk wordt
    Het paard werd door de aandoening aan zijn hoeven gekreupeld.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelscripple
Russischкалечить