kreupelen
/krøpəɫə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) kreupel slaan, een persoon of dier dusdanig letsel toebrengen dat het zich voortbewegen blijvend bemoeilijkt of onmogelijk wordtHet paard werd door de aandoening aan zijn hoeven gekreupeld.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelscripple
Russischкалечить
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek