Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kria
mannelijk/vrouwelijk (de)/kriΛja/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het lezen van de Tora in de synagoge
- het maken van een scheur in kleding, als teken van rouw
Etymologie
* [2] Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'scheuren'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek