kriekelaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) een (wilde) kersenboomIn onze tuis staat een oude kriekelaar.
- (heraldiek) een gestyleerde boom die [1] voorstelt
Etymologie
*afgeleid van kriek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek