krik
mannelijk/vrouwelijk (de)/krɪk/
Wat is de betekenis van krik?
krik betekent: een voorwerp om zware dingen, zoals een auto, mee op te tillen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een voorwerp om zware dingen, zoals een auto, mee op te tillen
Voorbeelden van "krik" in een zin
- Ik had een lekke band met de auto, maar kon de krik niet vinden.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dommekracht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek