krokodil

mannelijk/vrouwelijk (de)/krokoˈdɪl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (reptielen) een groot, in het water levend reptiel dat behoort tot de familie der Crocodylidae
    De kaken van een krokodil zijn zeer krachtig.
  2. farmacologie (farmacologie) zelfgemaakte ongezuiverde desomorfine

Etymologie

*Via het Latijnse crocodīlus ontleend aan het Oudgriekse κροκόδειλος (krokódeilos; "hagedis, krokodil"), oorspronkelijk gespeld als κροκόδιλος (in de Koinè werd een ει meestal als ι uitgesproken). Als verklaring hiervoor wordt vaak een samenstelling van κρόκη (krókē; "draad") en δρῖλος (drîlos; "worm") aangehaald, al is dit niet zeker

Uitdrukkingen

  • Een paarse krokodilOnnodige en voor de klant niet behulpzame bureaucratieNaar een filmpje uit 2004 van de Nederlandse verzekeringsmaatschappij {{w|nl|OHRA|OHRA|

Vertalingen

Engelscrocodile
Franscrocodile
DuitsKrokodil
Spaanscocodrilo
Italiaanscoccodrillo
Portugeescrocodilo
Russischкрокодил
Chinees鱷魚, 鳄鱼
Arabischتمساح
Turkstimson, timsah
Poolskrokodyl
Zweedskrokodil
Deenskrokodille