kromheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet logisch of rechtlijnig zijn van iets
    "Gaandeweg dit traject ben ik me steeds meer gaan verbazen over de enorme kromheid van dit beleid en de grote hoeveelheid haken en ogen die er op juridisch gebied bij komen kijken", legde Tim eerder uit. De Telegraaf 08 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/1201906/bnn-er-tim-hofman-gewoon-thuis BNN'er Tim Hofman gewoon thuis]
  2. het niet recht zijn
    Brussel hoopt de groeiende euroscepsis de wind uit de zeilen te kunnen nemen. Geen gedoe meer over de kromheid van een banaan of komkommer, hopen Juncker en diens commissie. De Telegraaf 16 dec. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/874099/timmermans-maakt-schoon-schip-in-brussel Timmermans maakt schoon schip in Brussel]

Etymologie

* afleiding van krom

Vertalingen

Engelswryness, crookedness, curvature