kronieken

mannelijk (de)/kroˈnikən/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) benaming voor boeken in de Bijbel met een historisch overzicht van het Joodse volk tot het eind van de Babylonische ballingschap in 539 v. Chr.In de Tenach vormt dit het afsluitende boek, in de christelijke Bijbel krijgt het verdeeld over twee boeken (1 Kronieken en 2 Kronieken) een plaats na Koningen.

Etymologie

*van Latijn "Chronica" als omschrijving door de Bijbelvertaler van (divree hajamiem) "woorden" of "dingen" "van de dagen"; als naam van een boek uit de geschreven met een hoofdletter volgens

Vertalingen

EngelsChronicles
FransChroniques
DuitsChroniken
SpaansCrónicas
ItaliaansCroniche
PortugeesCrônicas
PoolsKsięga Kronik
ZweedsFörsta Krönikeboken, Andra Krönikeboken
DeensFørste Krønikebog, Anden Krønikebog