kruid
onzijdig (het)/krœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benaming voor kleine groene plantenHij noemt wat kruiden die tussen het gras groeien. Witte en rode klaver, paardebloem, duizendblad, schapenzuring.Wie zelf katten heeft, of weleens kattenfilmpjes op internet kijkt, weet: katten zijn dol op kattenkruid. (…) In Science Advances opperen Japanse biologen een mogelijke evolutionaire verklaring voor die toegewijde liefde: het kruid houdt muggen op afstand.
- (voeding) plant die wordt gebruikt vanwege de geur, smaak of heilzame werkingZij deed er water in en toen allerlei geheimzinnige kruiden, een beetje aarde, glanzende stenen, mossen en planten.Ik scheurde het pakje open, deed de kruiden over de droge mie en begon te knagen.Kervel heeft in Nederland een tikje ouderwets imago. Het kruid is vooral bekend van kervelsoep.
Etymologie
**[2] in de betekenis van ‘specerij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1361
Uitdrukkingen
- er is geen kruid tegen gewassen
Vertalingen
Engelsherb
Fransherbe
DuitsKraut
Spaanshierba
Poolszioło
Zweedsört
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek