kruk
Wat is de betekenis van kruk?
kruk betekent: simpel zitmeubel zonder leuningen
Betekenis
- simpel zitmeubel zonder leuningen
- steun vanaf de oksel bij het lopen
- simpel handvat waarmee een deur geopend kan worden
- (techniek) dwarsstaafje dat als handgreep dient, en dat haaks door een schacht van een bedieningsknop, gereedschap of iets dergelijks steekt
- (techniek) een van de centrale as uitstekend deel van een krukas
- (scheldwoord) incapabel, onhandig of krakkemikkig persoon
Voorbeelden van "kruk" in een zin
- Alle stoelen zijn bezet, maar er staat daar nog wel een kruk.
- Hij loopt nu al twee weken met krukken.
- Hij draaide de kruk van de deur en stapte binnen.
- Een dopsleutel met een kruk.
- Op de krukken van een krukas komen vaak grote krachten te staan.
Betekenis en uitleg van kruk
Een kruk is een eenvoudig meubelstuk dat vaak wordt gebruikt om op te zitten. Het is meestal zonder leuningen en kan verschillende vormen en hoogtes hebben, van een lage poef tot een hoge barkruk.
Je vindt krukken vaak in keukens, cafés of werkruimtes, waar ze een praktische zitoplossing bieden zonder al te veel ruimte in te nemen. Het woord kan ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld als iemand een 'kruk' is in een team, wat impliceert dat diegene niet zo goed functioneert. Krukken zijn ook populair in informele settings, waar ze gezelligheid en een ontspannen sfeer bevorderen.
Voorbeelden
- Na een lange dag werken plof ik op de kruk in mijn keuken om even bij te komen.
- In het café staan er een paar krukken aan de bar waar vrienden samen een drankje doen.
- De schilder gebruikte een hoge kruk om bij de bovenste delen van het doek te komen.
Woordoorsprong
Het woord 'kruk' is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse 'cruc', dat een soort stoel of zitmeubel aanduidde.
Veelgestelde vragen over kruk
Wat is de betekenis van kruk?
kruk betekent: simpel zitmeubel zonder leuningen
Hoeveel betekenissen heeft kruk?
kruk heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft kruk?
kruk is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je kruk in een zin?
Voorbeeld: “Alle stoelen zijn bezet, maar er staat daar nog wel een kruk.”
Etymologie
*[4]: In de betekenis van ‘handvat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285