kukelen
/ˈkykələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) buitelend tuimelen of vallen.Ik zag de auto over de rand van het ravijn kukelen.
- (inerg) het geluid van een haan maken.De haan was aan het kukelen.
Etymologie
*[2] (klanknabootsing), vergelijk "kukeleku"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek