kust

mannelijk/vrouwelijk (de)/'kɵst/

Wat is de betekenis van kust?

kust betekent: (geologie) de waterkant langs de zee

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) de waterkant langs de zee
  2. de omgeving als zodanig
  3. een keuze

Voorbeelden van "kust" in een zin

  • We maakten een wandeling langs de kust.
  • Zijn geschilderde kust lijkt totaal niet op een Nederlands zeezicht - geen donkerbruin of leigrijs water, geen zandbank vol stenen.
  • Vijftien kilometer uit de kust.
  • Blijkbaar werkte mijn actie wel, dus ik schopte nogmaals wat zand waardoor de ratelslang sierlijk de struiken ingleed. Ik wachtte een paar minuten tot de kust echt veilig was.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘grens tussen land en zee’ voor het eerst aangetroffen in 1436

Uitdrukkingen

  • De kust is veiligEr is geen gevaar (m.n. als men iets verbodens wil doen)
  • Er zijn kapers op de kustEr zijn meer mensen die tegelijk belangstelling hebben voor hetzelfde
  • Te kust en te keurEr is meer dan voldoende keuze

Vertalingen

Engelscoast, seaside, shore
Franscôte
DuitsKüste
Spaanscosta
Italiaanscosta
Portugeescosta
Russischберег
Poolswybrzeże
Zweedskust
Deenskyst