kwaad
onzijdig (het)/kwat/
Wat is de betekenis van kwaad?
kwaad betekent: kwade, boze
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kwade, boze
- iets dat tegen de moraal is
- nadeel
- ongeluk, pech
Voorbeelden van "kwaad" in een zin
- Denkend aan het totale kwaad denken we allereerst aan Adolf Hitler en Josef Stalin
- Toch was ik ook opgelucht dat het voorbij was en trok een mini-whiskeyflesje open. Voordat ik dit in één teug naar binnen goot, sloeg ik een kruis en wees in de lucht naar een denkbeeldige maan. Het was mijn persoonlijke dankbetuiging aan de maan, die naar mijn gevoel over me had gewaakt en me had beschermd tegen het kwaad gedurende de tocht.
- Laat het kwaad niet over de drempel komen, want als de woekering eenmaal binnen is, gaat ze moeilijk weer weg.
- Even nadenken over de mogelijke effecten had wellicht ook geen kwaad gekund.
- Het kwaad is al geschied.
Etymologie
#woedend, boos
Uitdrukkingen
- Dat kan geen kwaad. — Dat is veilig.
- Het te kwaad hebben — Erg lijden, het moeilijk hebben
- Het te kwaad krijgen — Emotioneel worden; het moeilijk krijgen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek