kweek

mannelijk (de)/kwek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, tuinieren (landbouw) (tuinieren) activiteit waarbij men bepaalde planten of andere levende wezens voor een bepaald doel laat groeien
    Hij houdt zich bezig met de kweek van cichliden.
  2. landbouw, tuinieren, biologie (landbouw) (tuinieren) (biologie) planten of andere levende wezens die iemand voor een bepaald doel heeft laten opgroeien
  3. landbouw, tuinieren (landbouw) (tuinieren) plaats die bestemd is voor het laten opgroeien van jonge plantjes
zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaalde grassoort, , die in de tuin een lastig uit te roeien onkruid is

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "queke", in de betekenis van ‘tarwegras’ aangetroffen vanaf 1477; vermoedelijk verwant met "kwiek", verwijzend naar de snelle groei

Vertalingen

Engelscouch-grass
Spaansgrama, grama de las boticas, grama francesa