kwijlen

/ˈkwɛilə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een vloed van speeksel onwillekeurig uit de mond laten lopen
    De hond kwijlde bij het zien van het voedsel.
  2. inerg, figuurlijk (inerg) (figuurlijk) zich overdreven verlangend gedragen
    In de enorme winkel stonden hobbyisten te kwijlen bij de nieuwste drones.
  3. ov (ov) onwillekeurig uit de mond laten lopen
    Doordat de verdoving nog niet helemaal was uitgewerkt kwijlde ze wat koffie op haar jurk.

Vertalingen

Engelsslaver
Fransbaver
Duitssabbern, geifern
Spaansbabear