laagstam

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een fruitboom met een lage stam zodat de vruchten makkelijker te plukken zijn
    Het noodweer van vorige week heeft geen grote schade veroorzaakt. De meeste kersenbomen hebben die goed doorstaan, zegt Frederik Bunt uit Slijk-Ewijk, bestuurder van de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO). Dat komt volgens hem doordat professionele telers tegenwoordig hun laagstam kersenbomen overkappen. Tubantia 05-06-18 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/de-eerste-kersen-komen-eraan-zoet-en-betaalbaar~a03b78de/ De eerste kersen komen eraan: zoet en betaalbaar]
    „Bomen met de kruin hoger dan ooghoogte. Je hebt een opstapje nodig om het fruit te plukken. De professionele telers zijn in de loop der jaren overgegaan op laagstam. Dat is gemakkelijker oogsten. Maar voor de biodiversiteit in de natuur zijn wij weer teruggegaan naar hoogstam.” ” NRC 23 juni 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/06/23/met-leon-van-de-moosdijk-2861766-a1506706 ‘Met Leon van de Moosdijk’]

Vertalingen

Engelslow-stemmed tree, bush tree
Fransdemi-tige