laat
mannelijk (de)/lat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis), (maatschappij) in de middeleeuwen een halfvrije boer [1] die levenslang verplicht was op een bepaalde plaats bepaalde werkzaamheden voor een landheer te verrichtenEen laat was oorspronkelijk een cijnsplichtige, behorend bij een bepaald domein.http://test.hops-research.org/all/brabants_heem_1988_XL_3_104_117.pdf
Etymologie
#(sociologie) (van opgroeiende kinderen) met een langzamere ontwikkeling dan wat normaal is
Uitdrukkingen
- Weten hoe laat het is — Doorzien hoe een bepaalde situatie in elkaar zit (en daaruit voor zichzelf de juiste conclusies trekken)
- : telat
Vertalingen
Engelslate, late
Fransen retard, attardé, retardé
Duitsverspätet, spät
Italiaansin ritardo, tardivo, tardo
Russischпоздний, запоздалый, поздний
Turksgeç, geç
Poolsspóźniony
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek