laattijdigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het te laat gebeuren van iets
    Wie hulp nodig heeft van een ambtenaar bij het invullen van de aangifte, kan hiervoor nog tot 29 juni een afspraak maken. De aanvraag voor die afspraak moet telefonisch gebeuren, via het nummer 02/575.56.66. De hulpverlening zelf zal in september doorgaan, in een kantoor van de FOD Financiën. Wie zo’n afspraak maakt, krijgt geen boete voor laattijdigheid.

Etymologie

*afgeleid van laattijdig