lach

mannelijk (de)/lɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vrolijkheidsuiting door middel van het optrekken van de mondhoeken en vaak het voortbrengen van een geluid
    Na een paar lachen ging hij weer verder met zijn werk.
    Haar lach stierf weg.

Vertalingen

Engelslaugh
Spaansrisa
Turksgülme, gülüş