lafheid

vrouwelijk (de)/ˈlɑfɦɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de neiging keuzes te maken die van weinig moed getuigen
    Zijn gedrag op het slagveld werd als lafheid betiteld.

Etymologie

*Afleiding van laf

Vertalingen

Engelscowardice
Franslâcheté
DuitsFeigheit
Spaanscobardía
Russischтрусость